
Wet inburgering
Artikel 16
1
De IB-Groep verstrekt op aanvraag een lening aan de inburgeringsplichtige indien is voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels omtrent de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de lening wordt verstrekt.
2
Het bedrag van de lening wordt betaald aan de door de inburgeringsplichtige aangewezen cursusinstelling en exameninstelling.
3
De inburgeringsplichtige of gewezen inburgeringsplichtige betaalt de lening vermeerderd met de volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels berekende rente terug.
4
Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur worden tevens regels gesteld omtrent:
a
de hoogte van de lening;
b
de betaling en de terugbetaling van de lening, en
c
kwijtschelding.
5
Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gesteld omtrent het verstrekken van een lening aan een inburgeringsplichtige ten behoeve van het verwerven van kennis en vaardigheden op een hoger niveau dan is vastgesteld op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel a.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN AX0718, Hoger beroep, 200506372/1
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
10-05-2006
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Raad van StateBij besluit van 30 september 2003 heeft de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie (hierna: de minister) de rijksbijdrage inburgering nieuwkomers die aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geldermalsen (hierna: appellant) voor het jaar 2004 beschikbaar wordt gesteld ambtshalve vastgesteld. -
LJN AZ1773, Hoger beroep, 200601745/1
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
08-11-2006
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Raad van StateBij besluit van 1 juli 2004, nr. BGS/UGE-2004/42426 U, heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de staatssecretaris) de rijksbijdrage educatie 2002 voor appellante (hierna: Haarlem) vastgesteld op € 2.126.766,- en van haar € 518.501,- als onrechtmatig besteed teruggevorderd.